Naar inhoud

Doelstellingen IOK Afvalbeheer

Uitdagingen voor een duurzaam afvalbeleid

IOK Afvalbeheer wil het afvalbeleid steeds blijven actualiseren. Globaal uitgangspunt is het continueren van een proactief afvalbeleid binnen het globale kader van een duurzaam milieubeleid. Hierbij kunnen de volgende aandachtspunten genoteerd worden:

Integratie van het afvalbeleid in het globale duurzaamheidbeleid

Afval is geen geïsoleerd onderdeel van het maatschappelijk gebeuren en het ecologisch systeem. In de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst Vlaamse Gewest 2005-2007 wordt deze integratie verder uitgebouwd.

Verdere globale en geïntegreerde aanpak van de afvalproblematiek

De gemeenten zijn politiek, juridisch en financieel volledig verantwoordelijk voor hun afval, en dit van preventie tot en met de eindverwijdering. Een globale en geïntegreerde aanpak sluit hierop aan en creëert ook een groot kostenbewustzijn bij de gemeenten, waardoor ze gestimuleerd worden tot een actief preventie- en vervolgens selectiebeleid. Uiteindelijk ontstaat hierdoor een gemeentelijk afvalbeleid tegen de laagst mogelijke kosten binnen de huidige milieudoelstellingen van de hogere overheid.

Maximale preventie en voorlichting

In de toepassing van de ladder van Lansink beschikken de gemeenten niet over de nodige dwingende middelen om de bevolking aan te zetten tot een aangepast aankoopgedrag. Bijgevolg blijft sensibiliseren zeer belangrijk.

De vrijwillige gedragswijziging van de bevolking in functie van de afvaldoelstellingen is de doelstelling. De toepassing van het principe ‘De vervuiler betaalt’ kan hierbij een belangrijke ondersteunde prikkel zijn.

Inzake preventie vormt het jaarprogramma de basis voor de activiteiten. Dit jaarprogramma legt de klemtoon op een goede communicatie en sensibilisering. Verder worden concrete acties voorgesteld in functie van de promotie van het thuiscomposteren en is er een concreet aanbod voor scholen en verenigingen.

Toepassing van het principe ‘De vervuiler betaalt’

In 2002 werden de nodige voorbereidingen getroffen en werd een subsidiedossier ingediend bij OVAM. In 2003 werd dit goedgekeurd, waarna onder meer werd verder gewerkt aan de lastenboeken en de vergelijking van de offertes. In 2004 werd vervolgens een concreet aanbod aan de gemeentebesturen overgemaakt wat een stapsgewijze invoering van DIFTAR in de Kempense gemeenten mogelijk maak t (periode 2005-2007).

Uniformiteit in het inzamelsysteem

Sinds 1 juli 2003 participeert elke Kempense gemeente aan het systeem FOST Plus en is bijgevolg de inzameling van de droge fractie ook uniform over het ganse werkingsgebied van IOK Afvalbeheer. Dit is thans ook al het geval bij de natte fractie. In december 2003 werd door FOST Plus een nieuwe erkenning bekomen voor een periode van 5 jaar en werd een nieuwe overeenkomst afgesloten tot 31 december 2009.

In de brengmethode werden de containerparken van IOK Afvalbeheer inzake exploitatie op elkaar afgestemd .

Structurele en duurzame oplossing voor het restafval

In 2003 werd door IOK Afvalbeheer samen met IVAREM gestart met de uitbouw van de mechanisch-biologische scheidingsinstallatie (MBS). Bij deze bouw en later ook tijdens de exploitatie zal blijvend werk worden gemaakt van een goede omgevingscommunicatie.

Ook de stortplaats te Beerse/Merksplas zal eveneens op een duurzame wijze verder worden geëxploiteerd. Ook de nieuwe Vlarem-verplichtingen inzake nazorg van de bestaande stortplaatsen worden toegepast.

Reductie van het restafval tot gemiddeld maximum 120 kg/inwoner tegen einde 2007

Stapsgewijs wil IOK Afvalbeheer haar ambitie waarmaken om tegen 2007 het restafval blijvend te reduceren tot 120 kg/inwoner. De vaststelling moet gemaakt worden dat IOK Afvalbeheer thans met 128 kg/inwoner reeds het Vlaams streefdoel voor 2007, m.n. 150 kg/inwoner bereikt heeft.

Reductie van het GFT-afval tot gemiddeld maximum 100 kg/inwoner tegen einde 2007

Stapsgewijs wil IOK Afvalbeheer haar ambitie waarmaken om tegen 2007 het GFT-afval te reduceren tot 100 kg/inwoner. In 2004 bedroeg de gemiddelde hoeveelheid GFT in de regio van IOK Afvalbeheer 135kg/inwoner. De geplande daling mag echter de ‘Ladder van Lansink’ geen geweld aandoen. Dit wil dus zeggen dat de basisdoelstelling voor restafval moet behaald blijven. Een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van deze doelstelling is de invoering van DIFTAR. Voor gemeenten met DIFTAR kan een max. van 90 à 100 kg/inwoner verwacht worden.

Stroomlijning en uniformisering van de gemeentelijke reglementen / retributies

IOK Afvalbeheer heeft de wens uitgesproken de gemeentelijke reglementen en retributies te stroomlijnen en te uniformiseren. Na een grondige bespreking in een specifieke werkgroep en in de bestuursorganen van IOK Afvalbeheer is er een modelreglement overgemaakt aan de individuele gemeentebesturen, die daar autonoom kunnen over beslissen. IOK Afvalbeheer blijft de toepassing van de verschillende gemeentelijke reglementen opvolgen, teneinde na te gaan in welke mate al of niet gevolg is gegeven aan de toepassing van het modelreglement van IOK Afvalbeheer.

Kostenefficiënte aanpak van het afvalprobleem

Door middel van samenwerking, participatie, gezamenlijke standpuntbepaling wil IOK Afvalbeheer de meest kostenefficiënte aanpak nastreven.

Flexibele en veranderingsgerichte benadering van de organisatie

Omwille van de veranderingen in de afvalsector tijdens de jongste jaren is de dienstverlening binnen IOK Afvalbeheer geëvolueerd. Onder andere de expansie van de activiteiten, maar ook de professionalisering zijn hiervan concrete resultaten.

Maximale betrokkenheid en terugkoppeling naar de gemeenten

IOK Afvalbeheer is het verlengstuk van de gemeenten. De maximale betrokkenheid bij elke stap van het afvalketenbeheer is volgens IOK Afvalbeheer bijzonder belangrijk. Ook de evaluatie en terugkoppeling is hiervan een essentieel onderdeel. De regio van IOK Afvalbeheer is echter ook geen eiland in Vlaanderen. Het is bijgevolg de opdracht van IOK Afvalbeheer de gemeenten tijdig te informeren over de veranderingsprocessen en de mogelijke concrete gevolgen hiervan voor het gemeentelijk afvalbeleid.

Partnerschap met de terugnameorganisaties

Het is de bedoeling om met Recupel verder werk te maken van de organisatie van de terugnameplicht van het wit- en bruingoed.

In het najaar van 2004 werd met Recupel een overeenkomst afgesloten voor een regionaal overslagstation (ROS) voor wit- en bruingoed. Het ROS voor wit- en bruingoed is begin 2005 van start gegaan.

Bij het uitwerken van deze samenwerkingsakkoorden zal maximaal gebruik gemaakt worden van de door VVSG-Interafval uitgevoerde studie over de reële kostprijs voor de gemeenten indien men dergelijke afvalstromen ontvangt op het containerpark. Wie producten op de markt brengt, is immers ook medeverantwoordelijk voor de uiteindelijke afvalfase van het product.

Hiervoor bestaan ook de globale MBO’s (milieubeleidsovereenkomsten).